De verdediging van een geestelijk leven

0 Flares 0 Flares ×

Hoewel het Husserlarchief de naam van de grote filosoof draagt, is het na het lezen van Toon Horstens De pater en de filosoof niet vreemd om te opperen dat er een ondertitel voor het archief moet komen. Want als iemand het over het Husserlarchief heeft, is het onmogelijk om niet de naam te laten vallen van de pater die het zijn leven lang verdedigde, niet door te denken, maar door te handelen: het Husserlarchief en Van Breda.

Tekst: Tim Meeuws

In 1938, als Edmund Husserl, aartsvader van de fenomenologie, al op leeftijd is, komt zijn positie in nazi-Duitsland steeds meer onder druk te staan. Vanwege zijn joodse achtergrond wordt hij uitgesloten van de academische wereld en moet hij vrezen voor zijn leven. Het enige waar Husserl zich tot het eind van zijn leven om blijft bekommeren, is zijn enorme bibliotheek: veertigduizend pagina’s aan handgeschreven teksten en tienduizend pagina’s aan uitgewerkte transcripten.  Als Husserl in april 1938 komt te overlijden, zorgt de ontmoeting met Herman Van Breda voor een enorme opluchting bij Husserls weduwe Malvine. Als beheerder van zijn nalatenschap vraagt zij de jonge pater om hulp: hij moet het werk van Husserl waarborgen. Ondanks de moeilijkheden die dit de pater kan bezorgen, besluit hij tegen beter weten in een gok te wagen.
Toon Horsten heeft in heel heldere bewoordingen de spannende historie van die gok op papier gekregen. Ook al weet de lezer al dat het Husserlarchief nog steeds bestaat, toch krijg je het als lezer nog steeds benauwd als Van Breda voor het eerst met een gevulde aktetas op de trein stapt. Er hoeft maar een wantrouwige nazi naar de inhoud van zijn tas te vragen en hij kan het schudden. Met veel geluk krijgt de pater het werk van Husserl in België en dan begint de strijd tegen de bureaucratie. Er moet een plek voor het archief worden ingeruimd, er moeten mensen worden ingehuurd om het werk te conserveren en de pater ziet het liefst dat al het nog ruwe werk wordt getranscribeerd. Dit laatste zorgt voor de nodige problemen, omdat Husserls aantekeningen berucht waren vanwege zijn speciale steno handschrift – naar verluidt was het niet alleen onleesbaar, het soort steno waarin het geschreven is, is alles behalve gangbaar. 

 
Als Van Breda eindelijk een ruimte van de Universiteit van Leuven krijgt toegewezen om het archief op te slaan, maakt hij zich hard om de weduwe van Husserl veilig onder te brengen in België. Wanneer ook dat hem is gelukt, gaat de pater op zoek naar mensen die bekend zijn met het werk van Husserl en de speciale manier van steno kunnen lezen en ontcijferen, zodat de teksten van Husserl klaar kunnen worden gemaakt om gepubliceerd te worden.

Een levenslang gevecht
Aan het eind van het boek speelt Toon Horsten met het idee dat het verhaal van de pater zo het plot had kunnen vormen voor een boek van Umberto Eco. Ik snap dat wel; het lijkt wel alsof het leven van de pater volledig in het teken heeft gestaan van het Husserlarchief. Het verhaal komt me daarentegen soms heel kafkaësk voor: de pater maakt zijn hele leven lang omzwervingen rond het slot van de bureaucratie en zeult tegelijkertijd een heel archief mee. Maar in tegenstelling tot Kafka’s romanpersonages, is er sprake van hoop voor de pater. Vandaag de dag bestaat het Husserlarchief nog steeds en wordt er nog steeds gebruikt van gemaakt. Let wel, dankzij pater Van Breda. Het is niet zo dat hij alles alleen gedaan heeft, maar sommige namen verdienen niet de aandacht die ze nu wel krijgen.

Het behouden van het Husserlarchief zal een levenslange missie van de pater blijven. Hoewel de dreiging van de oorlog voorbij is, ligt nog altijd de bureaucratie van de universiteit op de loer. Keer op keer blijkt het moeilijk te zijn om steun te vinden voor het archief. Buiten de stringente houding van de universiteit, is de pater voortdurend in conclaaf met allerlei kennissen van Husserl. Sommigen reageren ontzettend verbolgen als de pater ze vraagt om voor het archief te komen werken en reageren jaren later, als de pater inmiddels een gevierd man is, nogal zielig omdat ze zich uitgesloten voelen door de pater – wat nooit het geval is geweest. Een van die mensen zou natuurlijk Heidegger zijn. Eigenlijk doet de suggestie in de flaptekst van het boek hier geen recht aan het verhaal. De rol van Heidegger is nihil: hij laat weliswaar niets van zich horen, maar hij ligt ook niet dwars. Dat Heidegger genoemd wordt in relatie tot Husserl, is niet zo gek, alleen vind ik het niet nodig voor dit verhaal. Dit verhaal heeft genoeg aan een voetnoot over Heidegger. Daarom staat de flaptekst me zo tegen: Heidegger is geen antagonist, maar juist de grote afwezige! – Dat ik er over begin, zegt misschien al genoeg. Waarschijnlijk zal het geval Husserl nooit besproken kunnen worden, zonder het geval Heidegger direct daarna te noemen.

Ethiek als basis voor het leven
Het laatste hoofdstuk ‘De obsessie van een franciscaan’ lijkt een ambigue beeld te geven van pater Van Breda.  Toon Horsten beschrijft het dubieuze gedrag van de pater en zijn obsessie voor het archief. Los van de slechte gezondheid van de pater, ben ik het wel met hem eens: het dubieuze gedrag van de pater komt deels door zijn obsessie met het archief. Het dwangmatige van zijn gedrag is bijvoorbeeld ook af te lezen aan zijn afkeer voor Derrida’s filosofie. Tijdens een oefenlezing van Derrida in het Husserlarchief – in het archief loopt Derrida vooruit op wat later zal uitmonden in zijn Nietzsche-lezing op het beroemde Nietzsche Colloquium van Cerisy – loopt de pater vol frustraties weg, onder het mom van: “Dit pik ik niet! Dit is geen filosofie!”. Echter doet deze dwangneurose geen afbreuk aan de grootsheid van de daden van de pater. Ondanks zijn obsessie voor het preserveren van het archief – zijn liefde voor Husserls wijsheid – toont de pater ook zijn liefde voor zijn medemens via zijn obsessie. Zijn obsessie met het archief is niet van eenzelfde aard als die van Melvilles Ahab voor de walvis Moby Dick.  Hoewel in het boek van Toon Horsten meerdere malen naar voren komt dat Van Breda geen uitzonderlijke, filosofische kwaliteit heeft, bezit de pater over andere en misschien wel belangrijkere kwaliteiten. Nee, de pater gooit geen hoge ogen onder collega’s en publiceert geen geniaal werk, maar hij bezit wel de gave van het woord. In het boek komt herhaaldelijk naar voren hoe enorm begiftigd en begenadigd hij als spreker is geweest. Zijn retorische vermogen brengt vele zalen tot beroering – na verloop van tijd wordt de pater gevraagd zijn verbondenheid aan het archief uit te leggen, wat, hoe dan ook, een bijzonder verhaal is.

En toch komt voor mij uit Horstens boek naar voren dat pater Van Breda, buiten zijn retorische vermogens, een veel belangrijker gave heeft: hij handelt. Levinas schrijft, naar mijn idee, hele belangrijke dingen over het menselijk handelen en het is een denken dat eenieder van ons een keer zou moeten doordenken, maar als het spreekwoordelijke boekje uit is, is er nog niets gedaan. In plaats van aan de zijlijn te staan en iedereen te becommentariëren, voegde pater Van Breda de daad bij het woord. Dan mag hij geen geniaal filosoof zijn geweest, aan hypocrisie heeft hij nooit geleden. Toon Horsten wijst de lezer er herhaaldelijk op dat niet alleen het Husserlarchief gered is. Buiten de vele manuscripten, heeft de pater zich ook ontfermd over een heleboel mensen. De vrouw van Husserl heeft dankzij de pater kunnen vluchten. Daarnaast heeft hij een aantal voormalig assistenten in dienst genomen om in het archief te kunnen werken – en bovenal heeft de pater sommige politiek vluchtelingen onderdak geboden. Dat maakt dit boek voor mij ook zo bijzonder: we kunnen nog zoveel filosofie lezen, we kunnen nog zoveel  aanzetten tot denken en overal kritiek op hebben, maar dat verandert nog niets. Toon Horsten laat in zijn boek zien wat handelen is.

Toon Horsten, De pater en de filosoof. Uitgeverij Vrijdag, 2018.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 0 Flares ×

Related Posts

alledaagse paradoxen

Vers van de pers: Alledaagse Paradoxen

COVER_DWV_ANKERSMIT

Met Ankersmit de barricaden op!

enz.

Hoe is het om Wilders te zijn?

overspannen democratie

Democratie als service

Reageer