Arendt op haar best, maar zeker niet heilig

0 Flares 0 Flares ×

De belangstelling voor het werk van Hannah Arendt is de laatste jaren flink toegenomen. Haar boeken, essays en colleges verschijnen dan ook in allerlei Nederlandse vertalingen. Dat is mooi, want Arendt is een belangrijk politiek denker van wie we veel kunnen leren. Een recente toevoeging is de essaycollectie Verantwoordelijkheid en oordeel, prima vertaald door Marjolein Stoltenkamp. We lezen hierin Arendts meest provocerende essays, en die hadden een betere inleiding verdiend.

Tekst: Marthe Kerkwijk

Zo nu en dan komt het bijbelse mantra ‘oordeel niet’ in de mode. Mensen die dat cliché bezigen worden genadeloos om de oren geslagen door Arendt. Volgens haar is het juist wél de bedoeling dat je morele oordelen velt. Doe je dat niet, dan laat je het kwaad z’n gang gaan. In Verantwoordelijkheid en oordeel, een verzameling essays uit de laatste tien jaar van Arendts leven, pepert ze dat er nog maar eens in. Ons morele oordeelsvermogen – nadenken en oordelen over goed en kwaad – is het enige dat ons beschermt tegen totalitair kwaad. Als we dat opgeven, gooien we onze menselijkheid te grabbel.

Menselijke slechtheid
In een totalitaire dictatuur gebeurt precies dat: mensen slagen er niet meer in om tot een moreel oordeel te komen, verliezen hun motivatie tot verzet en gehoorzamen de heersende autoriteiten. Ziedaar Eichmanns verdediging tegenover de rechtbank in Jeruzalem. Arendt is vaak verweten dat ze Eichmann verontschuldigde door zijn kwaad ‘banaal’ te noemen. In het eerste en tevens het beste essay uit deze bundel, ‘Persoonlijke verantwoordelijkheid onder een dictatuur’, betoogt ze dat dat verwijt gebaseerd is op een misverstand. Gehoorzaamheid bestaat niet, stelt ze. Kinderen gehoorzamen misschien hun ouders, maar volwassenen die de bevelen van een autoritaire leider opvolgen, zijn niet gehoorzaam, maar medeplichtig. Je kunt hun vragen waarom ze hun ondersteuning hebben verleend aan een systeem en een antwoord verwachten dat verder reikt dan ‘omdat ik een bevel gehoorzaamde’. Wie menselijke beweegredenen reduceert tot hun omstandigheden ontmenselijkt ze.

‘Menselijk’ is overigens niet hetzelfde als ‘goed’, betoogt ze in ‘Enkele problemen uit de moraalfilosofie’. Er is namelijk menselijke slechtheid. De neiging om al wat menselijk is te waarderen en al wat slecht is buiten de mens te plaatsen maakt ons blind voor het specifieke soort kwaad dat mensen in overvloed pleegden in de twintigste eeuw: totalitarisme.

Met gemakkelijk oordelen kom je bij Arendt niet weg
In ‘Collectieve verantwoordelijkheid’ maakt Arendt een uiterst relevant onderscheid tussen schuld en verantwoordelijkheid. Zo bestaat er collectieve verantwoordelijkheid, maar geen collectieve schuld. Schuld heb je als je iets verkeerds doet of iets nalaat dat je had moeten doen. Schuld betreft het individu, het is moreel of juridisch van aard. Verantwoordelijkheid kun je delen met je gemeenschap, en betreft de wereld. Het is politiek van aard. Dit onderscheid zou fantastisch kunnen werken in hedendaagse debatten over ons slavernijverleden en de gevolgen daarvan. Bijvoorbeeld: ik kan niet schuldig zijn aan slavenhandel van mijn voorouders in de 17e eeuw, want ik was er niet bij, maar ik kan wel verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van de ongelijkheid die daaruit is ontstaan en tot op de dag van vandaag voortduurt. Het is jammer dat geen van de vele inleiders dit soort actuele verbanden legt in Verantwoordelijkheid en oordeel – maar daar kom ik nog op.

Het voert wat ver om elk essay hier te bespreken, maar dit zijn voorbeelden van Arendt op haar scherpst. Ze haalt morele en politieke clichés vlijmscherp onderuit, pakt de lezer bij zijn lurven en dwingt hem min of meer zijn al te gemakkelijke morele excuses te herzien. Zoals elk goed filosoof verheldert Arendt subtiele onderscheiden, zoals tussen schuld en verantwoordelijkheid, oordelen en arrogantie, dwang en verleiding, en nog veel meer.

Gebrek aan duiding
Maar Arendt is bepaald geen heilige, ontdekken we ook in deze bundel. Haar essay ‘Overpeinizingen bij Little Rock’ is berucht. Haar onderscheid tussen het politieke en het sociale is hier zo scherp, dat ze doodleuk stelt dat witte ouders alle recht hebben om zelf te bepalen of hun kind wel of niet met zwarte kinderen naar school gaat. Dat behoort immers tot het domein van het sociale, en dat is volgens Arendt niet politiek. Politiek moet zich maar bezighouden met gelijkheid voor de wet. Deze stelling was bij verschijning van het originele essay in 1959 al controversieel; in jaar van uitgave 2020 gaan je haren recht overeind staan. Daar is best wat genuanceerds over te zeggen, maar dat gebeurt nergens. Hans Achterhuis noemt in zijn inleiding terloops dat je het ermee oneens kunt zijn, ‘Wie menselijke beweegredenen reduceert tot hun omstandigheden ontmenselijkt ze’ vertaler Stoltenkamp wijt ‘het venijn’ dat dit essay uitlokte aan ‘een gevoelig punt van vooruitstrevende mensen’, maar verder is er nauwelijks duiding.

Dat brengt mij tot enkele punten van kritiek bij deze uitgave. Er is een teveel en er is een tekort. Er zijn veel te veel inleidingen en geen ervan dient de eenentwintigste-eeuwse lezer. We beginnen met een inleiding van Hans Achterhuis, die iets vertelt over zijn persoonlijke verhouding tot het werk van Arendt. Het is een leuk stuk, maar wel wat lang en de noodzaak ontgaat me. Dan krijgen we een overzicht van Arendts leven en werk door Hessel Daalder. Dat had de lezer ook op Wikipedia kunnen vinden. Vervolgens lezen we een uitgebreide inleiding van Jerome Kohn uit de originele Engelse bundel uit 2003. Deze is uitstekend en voegt ook echt wat toe, maar stamt uit 2003 en dat is alweer een tijd geleden. Er volgen aantekeningen bij de tekst van de vertaler, ook nog bij wijze van proloog Arendts toespraak bij de ontvangst van een prijs en dan kunnen we eindelijk aan het boek beginnen. Ik weet niet wie er baat heeft bij al deze inleidingen, maar de Nederlandstalige lezer van vandaag is het niet. Wat ik bijvoorbeeld een goed idee had gevonden, is een inleiding van een hedendaagse Arendtkenner die de actuele waarde van deze essays kan duiden en kan onderbouwen wat erin te bewonderen en te bekritiseren valt. Ook de vertaling kon naar mijn smaak her en der wat hedendaagser. Anno 2020 mag er best een voetnootje bij als je ‘negro’ letterlijk vertaalt en is ‘kwintessens’ een wel erg opmerkelijke vertaling van ‘quintessence’

Deze kritiekpunten doen echter niets af aan mijn bewondering voor de vertaling. De unieke stem van Arendt is uitstekend bewaard gebleven. Je kunt haar bijna horen spreken. Dat is een puik staaltje werk van Stoltenkamp. Ook doet de overdaad aan inleidingen niets af aan de waarde van de uitgave. Het blijven belangrijke essays. Lees ze vooral en oordeel zelf.


Verantwoordelijkheid en oordeel

Hannah Arendt

Uitgeverij: Lemniscaat
Jaar: 2020

Wat bedoelde Hannah Arendt met ‘de banaliteit van het kwaad’? Zo typeerde zij in Eichmann in Jerusalem (1963) de rol van oud van oud-SS’er Adolf Eichman bij de moord op de Europese Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eichmann was volgens haar geen monster maar een ambtenaar die de aan hem toegeschreven taak ‘gedachteloos’ maar nauwgezet uitvoerde.


0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 0 Flares ×

Reageer