AAN DE SLAG MET KIERKEGAARD

0 Flares 0 Flares ×

Tekst: Thomas Heij

Toen Søren Kierkegaard naar het gymnasium ging, kreeg hij van zijn strenggelovige vader de opdracht steeds de derde beste van zijn klas te worden. Die opgave was eigenlijk nog moeilijker dan de beste te worden. Kierkegaard moest daarvoor namelijk niet alleen goede cijfers behalen, maar ook het inzicht hebben wie de tweede en wie de vierde beste was en precies tussen beide eindigen. Volgens Jan Keij is deze fantastische anekdote onderdeel van het saaiste hoofdstuk uit zijn boek Kierkegaard anders gezien, dus dat belooft veel goeds.

ISVW-iFilosofie #17 - Jan Keij - Kierkegaard anders gezienWaar andere inleidingen op het werk van Kierkegaard doorgaans beginnen met een schets van zijn leven – Kierkegaards levensverhaal is gezien de persoonlijke aard van zijn filosofie relevanter dan bij vele andere denkers – wil Keij het denken van Kierkegaard op een andere manier toegankelijk maken. Ook van academische standaarden wil Keij niets weten, dat is maar ‘theoretisch gemuggenzift tot op de millimeter, op een abstract niveau’.

Geen brave biografie, geen verhandeling over het existentialisme, en geen waarschuwende opmerkingen over het interpreteren van Kierkegaards pseudonieme teksten. In plaats daarvan kiest Jan Keij voor een korte levensschets in anekdotes, een indruk van Hegels invloed op Kierkegaard en vervolgens een eigenzinnige, hedendaagse uitleg aan de hand van verschillende filosofen. De teksten van de grootste Deense denker zijn namelijk vooral bedoeld om zelf mee aan de slag te gaan.

De differentiedenker

Alsof de filosofie van Kierkegaard alleen nog niet ingewikkeld genoeg is, wijdt Keij na de inleiding een hoofdstuk aan Hegel. ‘We moeten het even hebben over Hegel,’ waarschuwt hij. Om de geïnteresseerde leek binnenboord te houden belooft hij er opwindend over te schrijven en garandeert hij dat doorlezen loont. En dan begint het moeilijke.

We zijn als mens vrij én onvrij, oneindig én eindig, ​
ziel én lichaam

Hoewel Kierkegaard zich hevig verzette tegen Hegel, ontleende hij aan hem wel de dialectische methode van these, antithese en synthese. Voor Hegel was de dialectiek een manier om de geschiedenis te duiden als een proces waarin tegendelen zich verzoenen en dat toewerkt naar een einddoel. Waar bij Hegel these en antithese oplossen in een synthese, blijven bij Kierkegaard de tegendelen bestaan. Zo zijn we als mens vrij én onvrij, oneindig én eindig, ziel én lichaam. Daarom wordt Kierkegaard de ‘denker die het verschil maakt’ en ‘differentiedenker’ genoemd.

Om te verduidelijken hoe dat zit en hoe Kierkegaard de mens en het zelf ziet, introduceert Keij een eenvoudig schema dat als kapstok dient voor het boek. Dat schema komt maar liefst zeventien keer voor in de lopende tekst en wordt af en toe uitgebreid. Met dit schema bespreekt Keij de drie levensstadia van Kierkegaard, vergelijkt hij zijn ideeën met die van Sartre en relateert ze aan talloze fragmenten uit de literatuur – van Camus en Zweig tot Vasili Grossman en
David Mitchell – om Kierkegaards abstracte ideeën te concretiseren.

Links in het schema staan oneindigheid, het eeuwige, vrijheid en ziel – de ‘these’ – en daartegenover staan eindigheid, het tijdelijke, noodzaak en lichaam. In ieder mens verhouden die twee kanten zich tot elkaar – de synthese – en ons bewustzijn daarvan, dat is ons ‘zelf’. Dat zelf ontstaat niet vanzelf, maar wordt geconstitueerd door God.

De christelijke denker

Kierkegaard was een christelijk denker. Hoewel hij in zijn pseudonieme werken verschillende personages opvoerde die allesbehalve vrome christenen waren en hij niets moest hebben van het hypocriete christendom van zijn tijdgenoten, schreef hij onder eigen naam onomwonden dat zijn gehele oeuvre in het teken stond van de ontwikkeling naar het worden van een zelf en een waar christen.

Aan het begin van Het gezichtspunt voor mijn schrijverswerkzaamheid schreef Kierkegaard bijvoorbeeld: ‘De inhoud van deze korte tekst is dus: wat ik als schrijver werkelijk ben, dat ik religieus schrijver ben en was, dat heel mijn schrijverswerkzaamheid zich tot het christendom verhoudt, tot dit probleem: christen te worden (…).’

Voor Keij is het christelijke slechts een laagje
dat bij ​
Kierkegaard over de universele religiositeit is gegoten

Maar wie terugdeinst voor Kierkegaards christelijkheid en zijn werken daarom weglegt, gooit volgens Keij het kind met het badwater weg. Hij vraagt de lezer om steeds het woord ‘God’ tussen aanhalingstekens te zetten en bekent dat hij met het christelijke aspect van Kierkegaard weinig kan. Geïnspireerd door Levinas vervangt Keij uiteindelijk God en de relatie met God door de Ander en onze relatie met de Ander. Daarmee completeert Keij zijn schema en is de titel Kierkegaard anders gezien verklaard.

De andere denker

Dat Levinas en Derrida het werk van Kierkegaard radicaal interpreteerden en waar hem dat precies in zat, wordt goed duidelijk. Voor Keij is het christelijke slechts een laagje dat bij Kierkegaard over de universele religiositeit is gegoten. Als bewijs daarvoor citeert Keij verschillende ingewikkelde uitspraken van Levinas, Derrida, Žižek en Vattimo. Maar waarom we God ook bij Kierkegaard zelf zouden moeten vervangen door de Ander, blijft toch de vraag.

Keij’s vrees dat Kierkegaards christelijkheid de hedendaagse lezer afschrikt, is ongegrond: zijn teksten en ideeën zijn tegenwoordig juist razend populair bij jonge filosofiestudenten, die echt niet allemaal christelijk zijn. Kierkegaard anders gezien kan aan die populariteit alleen maar bijdragen, want het leest als een enthousiast college gegeven door een liefhebber.

Soms schiet Keij’s enthousiasme iets uit de bocht: de reflectieve meta-opmerkingen zijn overdadig – hoe goed vergaande reflectie ook past bij Kierkegaard – en de citaten verdienen hier en daar meer uitleg. Ook de terugkerende taalfoutjes zijn storend, maar misschien valt dit onder gemuggenzift op de millimeter. Keij’s voornaamste doel is namelijk de lezer te prikkelen en hem warm te maken voor Kierkegaard, en daarin slaagt hij met verve. Hoewel Keij gelukkig geen strenggelovige vader is, zullen zijn cursisten vanaf nu allemaal hun best doen om derde van de klas te worden en zelf aan de slag te gaan met Kierkegaard.

Jan Keij, Kierkegaard anders gezien. Klement, 2015

 

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 0 Flares ×

Reageer