Para-doxale column: Extinctie

0 Flares 0 Flares ×

“Het uitsterven van soorten dwingt de mens om zichzelf als soort opnieuw te denken, als posthumaan mensendier binnen ecologische systemen, waarbinnen zijn uitzonderlijke positie minder belangrijk is dan zijn netwerk met andere soorten.”

Ik kom dit citaat tegen op p. 149 van Nach der Natur. Das Artensterben und die moderne Kultur. Het gaat om een boek van Ursula Heise, een literatuurprofessor aan de Stanford University die sinds enige jaren belangwekkende teksten schrijft over ecologische kwesties. Het is niet helemaal een recent boek, want het verscheen in 2010 bij Suhrkamp. Er is recenter materiaal van haar in het Engels.

Heises werk, waar ik tot voor kort onbekend mee was, werd me aanbevolen door iemand die ik ontmoette op de Universiteit van Leiden toen ik daar niet lang geleden een lezing over extinctie gaf. Ik had me tijdens die lezing voorzichtig beklaagd over het feit dat dit onderwerp niet of nauwelijks filosofisch gethematiseerd werd. Heise zou degene zijn die de lacune die ik constateerde zou kunnen opvullen.

Ik weet niet helemaal zeker of dat zo is, maar Heises werk is in ieder geval interessant genoeg. Ze laat als literatuurprofessor prachtig zien hoe extinctie een rol speelt in verschillende culturele uitingsvormen. Natuurlijk worden de nodige dystopische SF-romans vermeld waarin het thema een rol speelt. Ook ontbreekt het in Heises boek niet aan beschouwingen over film, andere kunstuitingen en populaire wetenschappelijke literatuur die ook rondom het thema uitsterven en overleven draaien. Daarbij heeft Heise niet alleen oog voor het uitsterven van dieren, maar ook voor het uitsterven van mensen, van talen of van hele culturen. Niet alleen dieren sterven immers uit.

Mooi is hoe ze laat zien hoe melancholisch mensen kunnen worden als ze geconfronteerd worden met het uitsterven van soorten. Ze spreekt van een ‘elegeïsche’ mentaliteit: we treuren om alles wat verloren gaat. Haar verwijt tegen deze mentaliteit is dat de klaagzang meestal alleen maar gericht is op charismatische diersoorten (Tasmaanse buidelwolf, wolharige neushoorn, enzovoorts), maar niet op amfibieën, insecten of bacteriën, iets wat voor het voortbestaan van het leven op deze planeet een stuk belangrijker is.

Ik deel deze kritiek: als klagen niet leidt tot meer besef van ecologische samenhang, dan brengt het ons van het water in de drup. En niet alleen ons. De mens houdt daarom ook rationeel hele boekhoudingen bij van dieren die bedreigd worden of al daadwerkelijk zijn uitgestorven. De International Union for Conservation of Nature (IUCN) publiceert al jaren lijsten van bedreigde en niet bedreigde soorten, waarbij die lijst grofweg loopt van NC (No Concern) tot Extinct (uitgestorven) met allerlei gradaties daartussenin. Heise wijst er dus op dat het uitsterven van soorten begeleid wordt door een waarachtig bureaucratisch registratieapparaat. Ik moest meteen denken aan de Openbaring in de Bijbel waarin van ieder mens ook een boek blijkt te zijn bijgehouden met daarin alle goede en slechte daden opgetekend. Steeds als er iets serieus op het spel staat, een apocalyptische gebeurtenis of zo, dan hebben we kennelijk de bureaucratie nog om het allemaal bij te houden. Ook dat is een culturele uitingsvorm die het geweeklaag op afstand houdt. Dit vond ik het beste punt dat Heise maakt.

Het citaat zelf leunt op de overbekende literatuur over het posthumanisme, een beweging in de filosofie die niet langer de mens wil zien als een wezen dat ergens boven het dierenrijk zweeft maar dat ondanks zijn uitzonderlijke positie essentieel deel blijft uitmaken van dat dierenrijk. Dit herontdekken, onszelf niet langer zien als door God   bevoorrechte wezens – daar komt het allemaal op aan. Vragen die het citaat voorbereiden zijn wat dat betreft even helder als omineus: “Wat zal van de mens terechtkomen als de vele ecologische netwerken waaruit hij is ontstaan zullen verdwijnen?” (p. 138). Kunnen wij ons werkelijk begrijpen als wezens die deel uitmaken van een dierenmaatschappij? De mens, zoals hij nu is, moet eigenlijk verdwijnen, wil de mens nog een kans maken. De soortencrisis is volgens het posthumanisme in ieder geval een soort omkeerpunt in de menselijke geschiedenis die mogelijk onze soort tot een nieuw ontwikkelingsfase brengt. Is dit optimistisch? Heise legt het allemaal goed uit en weet tegelijkertijd afstand genoeg te houden om in ieder geval niet zelf in apocalyptisch doemdenken te vervallen.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 0 Flares ×

Related Posts

alledaagse paradoxen

Vers van de pers: Alledaagse Paradoxen

COVER_DWV_ANKERSMIT

Met Ankersmit de barricaden op!

enz.

Hoe is het om Wilders te zijn?

de pater en de filosoof

De verdediging van een geestelijk leven

Reageer