Ingeleid of ingewijd? Nieuwe vertalingen van Aristoteles en Augustinus

0 Flares 0 Flares ×

Grondteksten van de Westerse wijsbegeerte worden keer op keer vertaald en ingeleid teneinde ze toegankelijk te houden voor de hedendaagse lezer of ze dat opnieuw te maken. Zo ook Aristoteles’ Poëtica en Augustinus’ Belijdenissen. Maar worden deze werken door de nieuwe inleidingen nu juist ontsloten of besloten?

Tekst: Frans Jacobs

Klassieke teksten, en daartoe behoren de Poëtica en de Belijdenissen natuurlijk, moeten regelmatig nieuwe Nederlandse vertalingen krijgen. Dat is eigenlijk een merkwaardig verschijnsel, want niemand komt op het idee om het Grieks van Aristoteles of het Latijn van Augustinus te herzien, maar eerdere vertalingen worden regelmatig vervangen door vertalingen in nog hedendaagser Nederlands. Nuttig zijn die vertalingen natuurlijk wel. Wie neemt nog de moeite om Aristoteles in het Grieks te lezen of Augustinus in het Latijn? Ik denk overigens wel dat veel lezers van zulke teksten het liefst een tweetalige uitgave hebben, zodat ze zo’n tekst in eerste instantie in het Nederlands of Engels lezen (denk aan de prachtige Loeb-uitgaven), en af en toe eens naar de bladzijde ernaast kijken om te zien hoe een passage in de oorspronkelijke tekst luidt. Deze twee   vertalingen doen dat helaas niet. We moeten het zien te stellen met het Nederlands. Oudere vertalingen zijn overigens vaak wel tweetalig, zoals die van dr. A. Sizoo uit 1939, waarin mensen nog menschen zijn.

Over de vertalingen kan ik kort zijn. Die zijn in beide gevallen goed te lezen, en staan ook dicht genoeg bij het origineel wanneer je hulp nodig hebt bij het ontcijferen van de oorspronkelijke teksten. Iets uitvoeriger wil ik zijn over de inleidingen op beide teksten.

Katharsis
Gerbrandy en De Jonge voegen een uitvoerige inleiding en een even uitvoerig nawoord toe aan hun vertaling, teneinde de tekst van Aristoteles toegankelijk te maken voor hedendaagse lezers die niet over de nodige voorkennis beschikken. Ze maken duidelijk wat voor een werk de Poëtica is: een zogenaamde esoterische tekst met aantekeningen bij het onderwijs dat Aristoteles gaf aan een selecte groep studenten, en niet bedoeld voor publicatie. (In dit verband heeft het woord esoterisch nog geen pejoratieve klank.) Dat verklaart meteen waarom Aristoteles zoveel onverklaard laat.


Is er een lectuur van Augustinus mogelijk die er de rijkdom van onthult
zonder dat de lezer zich er met haar en huid aan overlevert?

 

Gerbrandy en De Jonge bespreken bijvoorbeeld uitvoerig het moeilijke begrip katharsis, dat Aristoteles nauwelijks uitlegt. Door geleerden is over de betekenis daarvan flink gebakkeleid, en Gerbrandy en De Jonge geven inzage in de vier belangrijkste interpretaties. Ze geven ook aan dat er oorspronkelijk nog een hoofdstuk moet zijn geweest over de komedie, maar dat we ons nu tevreden moeten stellen met een uiteenzetting die slechts het epos en de tragedie behandelt. Het nawoord besteedt aandacht aan de receptiegeschiedenis van deze tekst. Heel nuttig allemaal, ook de vele noten en enige bijlagen, met onder meer een register van zaken en begrippen en een register van namen.

Verloren zoon
Sleddens’ inleiding vertelt iets van het leven van Augustinus en van de bedoeling die hij had met de Belijdenissen. Hij karakteriseert de Belijdenissen als een spirituele autobiografie: Augustinus getuigt van de weg die hij heeft bewandeld om tot het geloof te komen. Dit zijn allemaal onontbeerlijke gegevens. Toch is deze inleiding op Augustinus totaal anders dan die van Gerbrandy en De Jonge op hun auteur.   Sleddens wijst erop dat de spirituele autobiografie van Augustinus niet alleen zeggingskracht heeft voor diens eigen leven, maar dat zij ook iets in petto heeft voor elke mens. Iedereen kan zich herkennen in de jongste zoon uit het evangelie van Lukas die van huis wegliep en allerlei dwaalwegen bewandelde voordat hij terugkeerde naar zijn vader en tot hem zei: ’vader, ik heb gezondigd.’ Sleddens doet het voorkomen als zou de lezer weinig begrijpen van deze spirituele autobiografie wanneer hij niet op dezelfde manier nederigheid betracht en niet tot een waarachtig inzicht wil komen in wat God met de mens voorheeft.

Daarmee krijgen de Belijdenissen op een andere manier een esoterisch karakter dan de Poëtica van Aristoteles het had; het wordt een gesloten boek voor niet-gelovigen (of niet-meer-gelovigen). Ik vind dat jammer en vraag me af of er een lectuur mogelijk is van dit boek van Augustinus die er de rijkdom en de zeggingskracht van onthult, zonder dat de lezer zich er met huid en haar aan overlevert. Een inleiding die dat mogelijk maakt valt misschien niet te verwachten van een Sleddens, die niet voor niets O.S.A. achter zijn naam zet en zich zo bekendmaakt als lid van de orde der Augustijnen. Zo’n inleiding, die veel meer ingaat op de literaire waarde van het boek en die de boodschap ervan verteerbaar maakt voor niet-gelovigen, zou me zeer welkom zijn. Niet-gelovigen worden dan in hun eigen recht gelaten en niet meteen ingelijfd bij de crypto-gelovigen. Bij ontstentenis van zo’ n inleiding kan ik de Belijdenissen na een paar bladzijden alleen maar als onverteerbaar terzijde leggen. Dat vind ik oprecht jammer.

Of bestaat er een onophefbare kloof tussen werken als die van Aristoteles, waarvan je veel kunt opsteken zonder meteen een Aristotelicus te worden (wat dat ook moge zijn), en die van Augustinus, waarvan je niets kunt begrijpen als je geen gelovige bent (wat dat ook moge zijn)?

Aristoteles (vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Piet Gerbrandy & Casper de Jonge), Poëtica. Historische uitgeverij, 2017.

Aurelius Augustinus (vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Wim Sleddens O.S.A.), Belijdenissen. Damon, 2017.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 0 Flares ×

Related Posts

alledaagse paradoxen

Vers van de pers: Alledaagse Paradoxen

COVER_DWV_ANKERSMIT

Met Ankersmit de barricaden op!

enz.

Hoe is het om Wilders te zijn?

de pater en de filosoof

De verdediging van een geestelijk leven

Reageer